Warmte
In onze gemeente werken we aan duurzame warmteoplossingen om op termijn het gebruik van aardgas te verminderen. In de Transitievisie Warmte staat per gebied welke mogelijkheden er zijn voor een andere, duurzame manier van verwarmen. Voor veel woningen in Woensdrecht zijn individuele oplossingen het meest geschikt. Samen met inwoners en betrokken organisaties hebben we al enkele proefprojecten uitgevoerd. Zo krijgen we beter inzicht in hoe de overstap naar aardgasvrij in de praktijk kan verlopen.

Wat staat er binnenkort te gebeuren?
In 2026 starten we met het warmteprogramma, dat de Transitievisie Warmte opvolgt. Dit programma gaat concreet in op hoe, waar en wanneer we gaan werken aan duurzame warmte in de gemeente. We informeren u minimaal acht jaar van tevoren over de plannen voor uw buurt. Op dit moment onderzoeken we ook gezamenlijke, collectieve warmteoplossingen voor verschillende gebieden.
Waarom isolatie belangrijk is
Welke warmteoplossing er ook komt, isolatie blijft altijd de eerste en belangrijkste stap. Goede isolatie zorgt voor meer comfort in huis, verlaagt uw energierekening en helpt ons om duurzame warmtebronnen slimmer te gebruiken. Zo maken we samen Woensdrecht klaar voor de toekomst.
Uitgeschreven tekst Transitievisie Warmte
Deze pagina bevat een automatische conversie van het PDF bestand "Transitievisie Warmte gemeente Woensdrecht" met behulp van Mistral OCR.
Transitievisie Warmte
Opdrachtgever: Gemeente Woensdrecht
Projectnummer: DWTM21015-GWO
Auteurs: De WarmteTransitiemakers (DWTM): Christiaan van Soest, Meike van de Linde, Sibren Lochs
Datum: 17-11-2021
Woensdrecht
Inhoud
- Voorwoord
- 1. Inleiding
- 1.1 Waarom een warmtevisie?
- 1.2 Doel van dit plan
- 1.3 Wie heeft dit plan gemaakt?
- 1.4 Hoe gaat het hierna verder?
- 2. Wat verandert er in de woning?
- 3. Hoe maken we keuzes?
- 3.1 De aanpak in Woensdrecht
- 3.2 Algemene uitgangspunten
- 3.3 Hoe kiezen we de verkenningsbuurten?
- 3.4 Participatie
- 4. Warmtevraag en warmtebronnen
- 4.1 Warmtevraag
- 4.2 Warmtebronnen
- 5. Warmtevisie Woensdrecht 2050
- 5.1 Woonwijken
- 5.2 Bedrijven en kantoren
- 5.3 Toets op betaalbaarheid
- 6. In fases naar een aardgasvrij Woensdrecht
- 6.1 Verkenningsbuurten Woensdrecht
- 6.2 Natuurlijk tempo (2020-2050)
- 6.3 Middellange termijn (2025-2040)
- 6.4 Lange termijn (2040-2050)
- 6.5 Bedrijventerreinen
- 6.6 Snelheid van de lokale warmtetransitie
- 7. Vervolgstappen
- 7.1 Inzetten op energie besparen en isoleren
- 7.2 Aanpak verkenningen en bedrijven
- 7.3 Regionale afstemming en updaten TvW
- 7.4 Participatie en communicatie
- 8. Nawoord
Voorwoord
Beste lezer,
Wereldwijd zijn afspraken gemaakt om de algehele CO2 uitstoot te verlagen. Het Nederlandse klimaatakkoord is een vertaling van de afspraken op wereldniveau en geeft aan hoe wij in Nederland van plan zijn om onze bijdrage te leveren om verder klimaatveranderingen tegen te gaan. In Nederland hebben wij onder andere afgesproken onze gebouwen in 2050 geheel aardgasvrij te verwarmen. Om deze doelstelling te behalen moeten er 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen binnen 30 jaar van het gas af. Dit betekent energie besparen, isoleren en gebruik maken van duurzame warmte en elektriciteit. Vanuit het klimaatakkoord is gemeente opgedragen een zogenaamde 'Transitievisie Warmte' te maken. Hierin maken we als gemeente inzichtelijk hoe we stapsgewijs uiterlijk in 2050 aardgasvrij willen zijn.
In Woensdrecht hebben we twee versies van de Transitievisie warmte gemaakt. Een uitgebreide versie -die u nu in handen heeft- en een beknopte publieksversie.
In dit document vindt u:
- Een warmtevisie: Op basis van veel informatie hebben we lokaal gekeken welke oplossingen het meest geschikt lijken. We schetsen dus een eindbeeld.
- Een tijdspad: Op basis van de warmtevisie hebben we gekeken wanneer een verdere verkenning en uiteindelijke overstap naar aardgasvrij interessant lijkt. We geven dus een indicatieve planning.
- Een aanpak: Naast de visie en het tijdspad benoemen we verschillende aandachtspunten waar we als gemeente mee aan de slag willen.
We benadrukken dat er met deze Transitievisie Warmte geen harde besluiten worden genomen, dit document schetst onze denkrichtingen en onderbouwingen daarbij. Keuzes en besluiten worden uiteindelijk op buurtniveau bepaald. Dat doet de gemeente in samenspraak met bewoners en andere lokale partijen. Alleen bij voldoende draagvlak zal een buurt overgaan naar een nieuwe warmtevoorziening.
Wij beschouwen deze Transitievisie Warmte dus als startpunt voor volgende stappen, waaronder het gesprek met onze inwoners.
Samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners gaan we als gemeente op zoek naar de beste oplossingen voor een duurzaam Woensdrecht, waar onze én volgende generaties een prettige en leefbare toekomst hebben.
Met warme groet,
Thierry de Heer, wethouder Duurzaamheid
1. Inleiding
In Nederland gaan we stoppen met het gebruik van aardgas. Ook in Woensdrecht zullen we tussen nu en 2050 het aardgas vervangen door duurzame warmte. Dat doen we buurt voor buurt en stap voor stap. Samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners gaan we als gemeente op zoek naar de beste oplossingen voor een duurzaam Woensdrecht, waar onze én volgende generaties een prettige en leefbare toekomst hebben. In deze Transitievisie Warmte stippelen we het pad uit naar een duurzame en toekomstbestendige warmtevoorziening.
1.1 Waarom een warmtevisie?
Het klimaat verandert door toename van CO2 in de lucht en de negatieve gevolgen daarvan worden steeds zichtbaarder. Tijdens de klimaatconferentie van de Verenigde Naties in Parijs, eind 2015, bereikten bijna 200 landen overeenstemming over een klimaatakkoord. Daar werd afgesproken dat de opwarming van de aarde beperkt wordt tot maximaal 2 graden, met 1,5 graad als streefwaarde. Vervolgens ondertekenden in Nederland in 2019 meer dan 100 partijen het landelijke klimaatakkoord. In 2050 moet de CO2-uitstoot met 95% verminderd zijn. Dit vraagt ingrijpende veranderingen in allerlei sectoren: industrie, landbouw, mobiliteit, de productie van elektriciteit en de wijze waarop we gebouwen verwarmen.
Daar komt bij dat de aardgaswinning in Groningen wordt afgebouwd. Tientallen jaren heeft de aardgasvoorraad in Groningen Nederland voorzien van een goedkope manier om onze huizen te verwarmen, te douchen en te koken. Maar aardbevingen dwingen ons de aardgaswinning af te bouwen. De Nederlandse overheid wil niet afhankelijk worden van buitenlands gas. Het omschakelen van aardgas op een nieuwe warmtebron, geeft de gelegenheid de warmtevoorziening te verduurzamen.
Om de klimaatdoelen te behalen moeten we uiterlijk in 2050 afscheid nemen van fossiele brandstoffen en dus ook van het gebruik van aardgas voor koken, verwarming en warm water. In het klimaatakkoord is bepaald dat elke gemeente uiterlijk in 2021 een plan maakt voor de overstap van aardgas op andere, duurzame warmtebronnen. Dat plan presenteren we in deze eerste Transitievisie Warmte. Voor de uitvoering van de transitie hebben we tot 2050 de tijd.
1.2 Doel van dit plan
De Transitievisie Warmte (verder in dit document: de transitievisie) heeft tot doel om de stappen naar een aardgasvrije gemeente in 2050 uit te stippelen. We gaan daartoe in op drie hoofdvragen:
- Welk alternatief voor aardgas is geschikt in de verschillende gebieden in Woensdrecht? Een warmtenet, individueel elektrisch of duurzaam gas?
- Wanneer gaan de verschillende buurten en woonkernen van het aardgas af? We schetsen een globaal tijdpad tussen nu en 2050.
- Welke stappen gaan we de komende jaren zetten?
We streven ernaar om de warmtetransitie zoveel mogelijk samen met inwoners, maatschappelijke partners en bedrijven uit te voeren. De Transitievisie Warmte is dan ook geen dichtgetimmerd plan, het geeft de kaders aan waarbinnen de komende jaren projecten zullen worden opgestart.
1.3 Wie heeft dit plan gemaakt?
De gemeente heeft dit plan niet alleen opgesteld. We spraken met allerlei partijen om hun mogelijkheden en wensen in kaart te brengen. Ook is er gesproken met bewoners om terugkoppeling op conceptplannen te ontvangen. We werkten samen met een werkgroep met daarin verschillende gemeenteambtenaren, netbeheerder Enexis Netbeheer, woningcorporaties Stadlander en Woningstichting Woensdrecht, Waterschap Brabantse Delta, en drinkwaterbedrijf Evides.
Ideeën en zorgen van bewoners en ondernemers haalden we op met een enquête, die door 152 mensen is ingevuld. Deze enquêteresultaten worden gepresenteerd op pagina 8. Ook spraken we met bewoners tijdens twee brede bewonersavonden, en twee keer met een klankbordgroep. Hun inbreng is zoveel mogelijk verwerkt in deze transitievisie.
1.4 Hoe gaat het hierna verder?
De transitievisie geeft een beeld van wat ons de komende dertig jaar te doen staat. Bewoners weten daardoor waar ze aan toe zijn, en kunnen beslissingen over hun woning hierop afstemmen.
Dit is de start van een proces om Woensdrecht stap voor stap aardgasvrij te maken. We selecteren in deze transitievisie een aantal 'verkenningsbuurten' die kansrijk zijn om als eerste van het aardgas af te gaan. Voorzien is dat voor deze buurten de komende jaren 'buurtuitvoeringsplannen' worden gemaakt (zie Figuur 1). In deze buurtuitvoeringsplannen worden de plannen concreter, en zal per buurt of zelfs per huishouden worden gekeken wat er mogelijk is. Deze uitvoeringsplannen maken we samen met bewoners en andere betrokkenen - hiervoor volgt per buurt een participatietraject. Het besluit om daadwerkelijk over te stappen wordt pas genomen als bekend is wat de consequenties zijn voor de woonlasten van bewoners en ondernemers, er een gedegen haalbaarheidsstudie is afgerond en er voldoende draagvlak is. Als het aardgas in een buurt wordt afgesloten, krijgen bewoners dat ruim van tevoren te horen. In hoofdstuk 7 wordt uitgebreider ingegaan op de vervolgstappen.
2. Wat verandert er in de woning?
Het omschakelen van verwarming met aardgas naar verwarming met een duurzame bron is complex. Vrijwel alle huishoudens en bedrijven in Woensdrecht krijgen hier tussen nu en 2050 mee te maken. In dit hoofdstuk omschrijven we welke mogelijkheden er zijn en wat de keuze voor die opties betekent in het dagelijks leven van bewoners en ondernemers.
Bijna alle huizen in de gemeente gebruiken nu aardgas. Het wordt gebruikt om het huis te verwarmen, om te koken, en voor warm water uit de kraan. Ook de meeste bedrijven gebruiken aardgas. Soms alleen voor verwarming, maar soms ook in het bedrijfsproces. De belangrijkste aanpassingen die in woningen en andere gebouwen nodig zijn om over te stappen op een duurzame warmtebron, zijn hieronder kort toegelicht.
Koken
Koken kan met een inductieplaat, elektrische kookplaat of keramische kookplaat. De meeste mensen kiezen voor inductie. Dat verbruikt minder stroom dan andere elektrische kookplaten, en het lijkt op koken op gas: je kunt de temperatuur snel regelen.
Isoleren
Om aan de klimaatdoelstelling te voldoen, is energie besparen een belangrijke eerste stap. Veel duurzame warmtebronnen zijn schaars, het is daarom goed om eerst het energiegebruik terug te dringen, waar mogelijk, voordat op een duurzame warmtebron wordt overgestapt. Daarom is het van belang om huizen beter te isoleren. Dat is niet alleen goed voor het milieu, het verlaagt ook de energierekening, en verbetert het comfort in de woning.
Het isoleren van de buitenmuur, dak en vloer en het plaatsen van goed isolerend glas zijn effectieve maatregelen. Daarna kan ook de temperatuur van het water dat door onze verwarmingen stroomt verlaagd worden. Dat maakt het systeem efficiënter en zorgt voor extra besparing. Met het isoleren van huizen en bedrijfspanden kan nu al worden gestart.
Verwarming en warm water
De oplossingen die er zijn in plaats van aardgas, zijn in te delen in drie groepen:
- Individuele oplossing: een oplossing per woning, gebouw of woonblok. Dit is meestal een luchtwarmtepomp, maar er zijn ook alternatieven als: een bodemwarmtepomp, elektrische verwarming of infraroodpanelen.
- Warmtenet of buurtenergiesysteem: dit is een gezamenlijke oplossing voor de hele buurt. Warm water stroomt vanaf een (duurzame) warmtebron door leidingen onder de grond naar de huizen. Bij een buurtenergiesysteem worden enkele honderden woningen op een lokale warmtebron aangesloten.
- Duurzaam gas: we stappen over op een ander type gas, zoals biogas of waterstof. Hierbij gebruiken we dan zoveel mogelijk de bestaande gasleidingen.
Het hangt onder andere van het type woning en type buurt af, welke oplossing het meest geschikt is. Welke aanpassingen nodig zijn in de woning verschilt per oplossing. Op de volgende pagina worden de verschillen tussen de drie hoofdgroepen weergegeven. De pagina daarna kijkt specifieker naar verschillende individuele oplossingen, waaronder verschillende soorten warmtepompen.
In hoofdstuk 4 en 5 komt aan bod welke oplossing het beste past bij de verschillende gebieden in Woensdrecht.
3. Hoe maken we keuzes?
De warmtetransitie gaat de komende 30 jaar een grote impact hebben op onze gebouwde omgeving en gaat uiteindelijk iedereen aan. Het brengt belangrijke keuzes met zich mee. Waar gaan we starten en waarom? Voor welke alternatieve warmteoplossing kiezen we? Om deze beslissingen weloverwogen te maken, benoemen we in deze transitievisie een aantal belangrijke uitgangspunten. Deze staan gedurende het hele proces centraal.
3.1 De aanpak in Woensdrecht
De gemeente Woensdrecht heeft het doel om met haar bewoners te komen tot een nieuwe energievoorziening die betaalbaar, betrouwbaar, veilig en duurzaam is. Daar staan we nuchter in:
- Woensdrecht hoeft geen koploper te zijn, maar we gaan wel aan de slag.
Deze transitie doorlopen we samen met onze inwoners, en stap voor stap. We streven naar projecten die bijdragen aan de lokale economie en waar dat mogelijk is leiden tot extra banen en bedrijvigheid. Daarbij zoeken we naar logische samenhang met projecten van het bedrijfsleven, onderwijs, zorginstellingen, wijkverenigingen, etc. We zoeken handige combinaties met verbetering van de leefomgeving of de woningkwaliteit.
Bij de eerste buurten die van het aardgas af gaan, worden in de basis geijkte technieken gebruikt. Daarbij blijven we oog houden voor nieuwe ontwikkelingen en innovatie en nemen deze mee in de overweging voor de keuze van toekomstige oplossingen. We maken duidelijk welke maatregelen je nu al kunt nemen, hoe de techniek zich verder ook zal ontwikkelen (zogenoemde 'geen-spijtmaatregelen', zoals isolatie). Regelmatig zullen we de transitievisie updaten met de nieuwste kennis, en nieuwe technieken opnemen. Vernieuwing zoeken we ook door op innovatieve manier met elkaar samen te werken. Denk bijvoorbeeld aan bewonerscollectieven die initiatief nemen en/of eigenaar worden van (een deel van) een energiesysteem.
De transitievisie geeft een langetermijnvisie, maar is vooral het startpunt om met elkaar aan het werk te gaan. We zoeken daarom naar pilotprojecten, afspraken over samenwerking tussen verschillende partijen en een heldere tijdlijn.
3.2 Algemene uitgangspunten
Deze aanpak hebben we vertaald naar vijf hoofduitgangspunten, die in de energietransitie onze richtlijn vormen. We spraken hiervoor ook met de stakeholders om te peilen wat men belangrijk vindt.
- We doen het samen
- Betaalbaar
- Energiebesparing
- Naansdrecht
- Natuurlijke momenten
- Ruimte voor initiatief
We doen het samen: Bewoners, ondernemers en andere lokale partijen betrekken we intensief, hun wensen en zorgen nemen we serieus. Bewoners en gebouweigenaren kunnen meepraten én meebeslissen over welke warmtevoorziening er in hun buurt komt. Dit krijgt z'n beslag in de buurtuitvoeringsplannen. Zo willen we plannen maken waar een groot deel van Woensdrecht zich prettig bij voelt. Dat begint met duidelijk zijn: de gemeente verstrekt duidelijke informatie en we wekken geen verwachtingen die we niet waar kunnen maken. Kortom, we zijn zorgvuldig en transparant in het proces. Daarnaast maken we de stap van het aardgas af voor bewoners zo simpel mogelijk, bijvoorbeeld met goede informatie of gezamenlijke inkoopacties.
We vinden het belangrijk diverse groepen - jongeren, ouderen, gezinnen, huurders, kopers - te betrekken. Ook gaan we de samenwerking aan met lokale ondernemers, agrariërs, woningcorporaties en verenigingen, als daar kansen liggen. In de buurtuitvoeringsplannen staat deze participatieve aanpak centraal.
Betaalbaar: Voor zowel huurders, eigenaren van een koopwoning als ondernemers moet de energietransitie betaalbaar zijn. Ook mensen met minder geld moeten mee kunnen doen. De kosten van een warmtetechniek zijn daarom altijd een bepalende factor, zowel de investeringskosten aan het begin, als de maandelijkse energierekening voor de eindgebruiker. Het uitgangspunt is dat we het Klimaatakkoord volgen, te weten:
- We kijken naar de zogeheten laagste "nationale kosten": Dit zijn de totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn om een warmteoplossing uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt.
- Daarnaast kijken we naar de kosten voor de eindgebruiker. Bij de kosten voor de eindgebruiker streven we naar woonlastenneutraliteit.
Betaalbaarheid bepaalt ook mede de volgorde waarin kernen of buurten van het aardgas afgaan. Voor buurten waar de overstap nu nog lastig of extra kostbaar is, wachten we eerst technologische ontwikkeling af en kiezen we voor een lager tempo of een betaalbare tussenstap zoals hybride oplossingen. Als blijkt dat de kosten relatief laag zijn kunnen we opschalen naar een hoger tempo.
Energiebesparing: Het belangrijkste doel van de warmtetransitie is om de CO2 uitstoot terug te dringen. Daarmee verminderen we onze bijdrage aan klimaatverandering. We zetten daarom vol in op energiebesparing. Het goed isoleren van gebouwen en daarmee de energievraag verminderen is een belangrijke eerste stap en zorgt ervoor dat er meer (midden & lage temperatuur) duurzame bronnen ingezet kunnen worden voor het verwarmen van woningen.
Ook staan we open voor tussenstappen, zoals een hybride warmtepomp. Hybride oplossingen kunnen het gasverbruik flink verlagen, waarna pas in een volgende stap echt van het aardgas af wordt gegaan.
Natuurlijke momenten: Waar we werkzaamheden kunnen combineren, doen we dat. De onderhoudsplanning van woningcorporaties of werkzaamheden aan de openbare ruimte, kunnen aanleiding zijn om direct ook de energie-infrastructuur in een buurt aan te pakken. Ook gepland onderhoud aan het aardgasnet is een belangrijke factor om mee te nemen. Voor particulieren en bedrijven zijn een verhuizing of verbouwing vaak een geschikt moment om ook energiemaatregelen te nemen.
Ook sociale en lokale ontwikkelingen kunnen een aanknopingspunt zijn: wellicht ontstaan er kansen om energietransitie mee te nemen bij een kwaliteitsverbetering in buurten of bijvoorbeeld te verbinden aan initiatieven van dorpsraden en scholen.
3.3 Hoe kiezen we de verkenningsbuurten?
Naast de bovenstaande algemene uitgangspunten, gelden specifiek voor het kiezen van de verkenningsbuurten/-kernen nog twee aanvullingen.
- Grote slagen
- Schaalbaar
Grote slagen: Als we kansen zien om grote slagen te maken, onderzoeken we of we daar kunnen starten, bijvoorbeeld omdat er gebouweigenaren zijn met groot of veel bezit. Voorbeelden zijn woningcorporaties, scholen en verzorgingshuizen. Dit sluit aan bij het idee uit het klimaatakkoord dat corporatiewoningen fungeren als 'startmotor' voor veranderingen in de buurt, dankzij grootschalige isolatieprojecten of aanleg van een oplossing voor de hele buurt.
Schaalbaar: Buurten waarvan de aanpak later uitgerold kan worden in andere buurten hebben de voorkeur. Dit om het leereffect in de rest van de gemeente te benutten. Woensdrecht heeft bijvoorbeeld redelijk wat lintbebouwing en monumentale panden. We kijken natuurlijk ook over de gemeentegrenzen: type buurten die in andere gemeenten al tot succes hebben geleid, pakken we het eerst aan.
3.4 Participatie
Woensdrecht is al behoorlijk op stoom met het opstellen van de Transitievisie Warmte. Tegelijkertijd is die warmtetransitie nog voor veel inwoners een 'ver van mijn bed show'. De impact is groot, maar aanpak en gevolgen zijn nog lastig te overzien. Het gaat dus eerst 'zichtbaar en tastbaar' moeten worden. Daarna kunnen we de stap maken naar 'verbinden en doen'.
De aanpak van de participatie in Woensdrecht
Wij werken vanuit een 'bottom-up' benadering, samen met mensen die open staan voor de energietransitie. Vertegenwoordigers van o.a. de dorpsplatformen en mensen die tijdens inwonersavond te kennen geven interesse te hebben, brengen we samen in een proactieve klankbordgroep. De klankbordgroep komt regelmatig bij elkaar en wordt waar mogelijk meegenomen in de ontwikkeling van de Transitievisie Warmte. Met de 'denk- en doekracht' van inwoners, hun netwerken en hun inzicht in de gemeente geven we de participatie in Woensdrecht mede vorm.
Gemeentebrede informatieavonden
Deze participatie is gestart met een algemene informatieavond voor alle inwoners (13 juli 2021). Hiermee kregen alle inwoners en ondernemers in Woensdrecht de gelegenheid om kennis te nemen van deze eerste stap in de richting van 'Woensdrecht aardgasvrij'. Een tweede algemene inwonersavond heeft plaatsgevonden op 5 oktober 2021. Hier is de Ontwerp Transitievisie Warmte gepresenteerd aan inwoners en was er gelegenheid tot vragen stellen en feedback geven. Intussen is een publieksversie van de TvW ontwikkeld. Daarmee hopen wij de warmtetransitie voor zoveel mogelijk inwoners bereikbaar te maken.
Klankbordgroep Warmtetransitie
Vanuit de eerste algemene informatieavond en door dorpsplatformen en koplopers uit te nodigen, is de klankbordgroep Warmtetransitie Woensdrecht opgezet. De eerste bijeenkomst vond plaats op 23 september 2021. De tweede bijeenkomst was op 7 oktober. Afhankelijk van de betrokkenheid en de behoefte zal nog een aantal bijeenkomsten volgen. De klankbordgroep geeft feedback op de Transitievisie Warmte en op de publieksversie van de TvW. Daarnaast adviseert de klankbordgroep over de participatie en communicatie. En de opzet is open: iedereen die betrokken wil zijn en zich actief wil inzetten is welkom. Wensen en ideeën vanuit de groep zelf zijn bepalend voor agenda, doel en aanpak. Het is ook mogelijk dat vanuit de klankbordgroep initiatieven ontstaan voor (coöperatieve) aanpak van de warmtetransitie. En het is denkbaar dat de klankbordgroep na de vaststelling van de TvW doorgroeit naar een inwonersadviesgroep tijdens de buurtuitvoeringsplannen.
De communicatie rond de participatie
Participatie en communicatie gaan hand in hand. Succesvolle participatie staat of valt bij doeltreffende communicatie. Daarom communiceren we vanaf het moment van de eerste inwonersavond zo toegankelijk en breed mogelijk over de warmtetransitie. Dat doen we via de lokale en sociale mediakanalen van de gemeente Woensdrecht, bijvoorbeeld via:
- Weetjes, vragen, polls op de Facebookpagina.
- Concrete, doelgerichte informatie op de site van gemeente Woensdrecht.
- Een paar korte concrete filmpjes over de warmtetransitie.
- Interviews met de wethouder over concrete onderwerpen.
Sociale analyse
De Slimme Wijken Tool van Enpuls (https://heka.sia-partners.ai/slimmewijken/) geeft inzicht in de adoptiegraad ten aanzien van verduurzamingsmaatregelen van inwoners per wijk/buurt. Hoe hoger de adoptiegraad, hoe meer men in principe ook open staat voor de warmtetransitie. Verder geeft de tool ook inzicht in andere ter zake doende gegevens. Onder andere op basis van deze gegevens is een sociale analyse van de kernen gemaakt.
Samen optrekken met het energieloket en stakeholders
Bij de uitvoering van de participatie trekken we op met het Regionaal Energieloket. Daarnaast werken we waar mogelijk samen met de stakeholders (woningcorporaties/netbeheerder).
4. Warmtevraag en warmtebronnen
Dit hoofdstuk beschrijft de warmtevraag van woningen en bedrijven, nu en in de toekomst. Daarbij kijken we naar de hoeveelheid warmte die in een gebied nodig is en de temperatuur van de warmte die wordt gevraagd. Daarna beschrijven we het potentiële aanbod van duurzame warmtebronnen in Woensdrecht.
Gegevens over de gebouwde omgeving zijn grotendeels afkomstig uit openbare data en deels uit kengetallen van De WarmteTransitieMakers. De Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving is gebruikt om inzicht te krijgen in de kosten voor verschillende oplossingen.
4.1 Warmtevraag
Huidige situatie
In Woensdrecht zijn in totaal 9823 woningen en 2482 bedrijfspanden. Woningcorporaties Stadlander en Woningstichting Woensdrecht hebben zo'n 19% van de woningen in de gemeente in bezit. Het totale aardgasverbruik in Woensdrecht in 2019 was 789 TJ. Bijna twee derde van het gasgebruik (455 TJ) werd gebruikt voor de woningen, de rest (334 TJ) ging naar bedrijven en industrie.
TJ of terajoule is een eenheid voor energie. 1 TJ = 1.000.000.000.000 joule. 1 TJ komt overeen met het gebruik van 31.600 m3 aardgas. Dat is gelijk aan de warmtevraag van 21 gemiddelde Nederlandse woningen.
Het overgrote deel van de woningen en de bedrijven is aangesloten op het aardgasnet. Huishoudens verbruiken aanzienlijk meer energie uit aardgas dan uit elektriciteit. Het stoppen met aardgas is daarom cruciaal in de energietransitie. Huishoudens gebruiken het aardgas hoofdzakelijk voor verwarming (75%), een kleiner deel wordt gebruikt voor warm water (20%) en om te koken (5%).
Bij bedrijven hangt het aardgasverbruik sterk af van het type bedrijf. Sommige bedrijven gebruiken aardgas namelijk niet alleen voor verwarming, maar ook in het bedrijfsproces. In Woensdrecht is een aanzienlijk deel van het gasverbruik van bedrijven toe te wijzen aan de sector industrie.
De mogelijkheden voor energiebesparing en voor een nieuwe warmtevoorziening, hangen sterk af van het bouwjaar en het energielabel van het gebouw. Het merendeel van de woningen in Woensdrecht is gebouwd in de periode 1941-1974. Ongeveer 10% van de woningen zijn vooroorlogse panden. Deze laatste zijn vaak lastig te isoleren en maken het zoeken naar een warmtealternatief extra uitdagend.
Energiebesparing
Om de CO2-uitstoot terug te dringen en woningen van het aardgas af te halen, is energiebesparing vaak de eerste en belangrijkste stap. Voor woningcorporaties en eigenaren van kantoorpanden gelden strenge isolatie-eisen: deze panden zullen, waar nodig, in de komende jaren grondig aangepakt worden.
De verwachting is daarnaast dat in de komende decennia veel particuliere woningeigenaren met isolatie aan de slag gaan. Voor woningeigenaren zijn er verschillende redenen om energie te gaan besparen. Zo kan hiermee de energierekening aanzienlijk verlaagd worden. Daarnaast zorgt een lager energiegebruik direct voor minder CO2-uitstoot en dus minder milieu-impact. Als laatste, maar zeker niet onbelangrijk: een goed geïsoleerde woning is comfortabel en heeft een prettig binnenklimaat.
De mogelijkheden voor isolatie verschillen per bouwperiode en type gebouw.
Toekomstige warmtevraag
Om een inschatting te maken van de verwachte energiebesparing van woningen tot 2050 is een analyse gemaakt van de woningvoorraad in Woensdrecht (bouwjaar, energielabel, oppervlakte van de woningen). In Tabel 1 is te zien wat landelijk gezien de verwachte energiebesparing is voor een huis uit een bepaalde bouwperiode. We gaan hierbij uit van de isolatie die economisch rendabel is. Huizen van voor 1920 bijvoorbeeld, hebben vaak een energielabel G en zijn tot een energielabel C of D te isoleren. Deze isolatiestap betekent een energiebesparing van 18%.
Voor Woensdrecht leidt dit model tot een besparingspotentie van ongeveer 22% van de warmtevraag in bestaande woningen. Het besparingspotentieel van bedrijven is ca. 30% (een inschatting op basis van de landelijke trend). Omdat bedrijven meer divers zijn dan huizen (een kledingwinkel en opslagloods zijn heel anders qua comforteisen en bouwstijl), heeft het besparingspotentieel hiervan wel een grotere onzekerheid.
Tot slot worden er ook woningen gebouwd & gesloopt, hoeveel dit er zullen zijn is nog onzeker. Naar verwachting zal de totale warmtevraag voor woningen in Woensdrecht in de toekomst met 100 TJ afnemen, waarna een toekomstige warmtebehoefte van 355 TJ overblijft.
| Huidig energielabel | G <1920 | F 1920-1940 | E 1941-1974 | D 1975-1982 | C 1983-1991 | B 1992-2005 | A <2005 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Legenda Bouwjaar/energielabel | |||||||
| Voorspeld energielabel | D / C | C / B | B/A | B/A | B | A | A |
| Besparing warmtevraag | 18% | 34% | 45% | 41% | 17% | 18% | 0% |
| Temperatuurliness na besparing (warmteprofiel) | Hoorn langzijde |
| Huidige warmtevraag | Toekomstige warmtevraag | |
|---|---|---|
| Woningen | 455 TJ | 355 TJ |
| Bedrijven en industrie | 334 TJ | 234 TJ |
| Totaal | 789 TJ | 589 TJ |
De gecombineerde warmtevraag van bedrijven en woningen in Woensdrecht zal ongeveer 589 TJ/jaar zijn in 2050. Dit is dan ook de warmtevraag waarvoor we passende warmtebronnen moeten zoeken.
Hoge, midden- of lage temperatuur
Naast de vraag hoeveel warmte er nodig is per buurt of woning, is ook van belang op welke temperatuur deze warmte beschikbaar moet zijn. Dit noemen we het warmteprofiel. De temperatuur waarop de warmte in de woning verspreid wordt via de radiatoren of vloerverwarming (de zogeheten afgifte-temperatuur) moet passen bij de mate van isolatie van het gebouw en het type radiator (en andere installaties). Hoe beter de woning geïsoleerd is, hoe lager de afgifte-temperatuur kan zijn.
Woningen
- Slecht geïsoleerde woningen, met energielabel G of F of bouwjaar voor 1940 hebben een beperkt aantal betaalbare isolatiemogelijkheden. Dit komt doordat er vaak geen spouwmuur aanwezig is en een deel van de woningen een beschermd aangezicht of monumentenstatus heeft. Als alleen economisch rendabele isolatiemaatregelen worden uitgevoerd, blijft de verbetering van het energielabel steken op label D of C. Hierdoor is ook in de toekomst waarschijnlijk een warmtevoorziening met hoge temperatuur nodig in deze woningen (ca. 70°C of hoger). De aardgasvrije technieken die deze hoge temperatuur warmteafgifte met een redelijk rendement kunnen leveren zijn biomassa, groen gas (waterstof en biogas) en een hoge temperatuur warmtenet. Ook zijn er hoge temperatuur warmtepompen met een redelijk rendement.
- Woningen met gemiddeld isolatieniveau, energielabel E t/m B of bouwjaar tussen 1940 en 2005, kunnen na isolatie goed verwarmd worden met een afgifte-temperatuur van 55 tot 70°C: midden-temperatuur Geschikte aardgasvrije technieken zijn warmtenetten met een midden-temperatuurbron, warmtenetten met lage-temperatuurbron waarbij op woningniveau de temperatuur verder verhoogd wordt, of (gezamenlijke) warmtepompen.
- Goed geïsoleerde woningen, energielabel A of beter, of bouwjaar na 2005, kunnen meestal zonder verdere isolatie verwarmd worden op lage temperatuur (<55°C). Er is dan vaak wel een aanpassing aan de radiatoren nodig en soms aan het ventilatiesysteem. Daarna kunnen deze woningen verwarmd worden met vrijwel elke duurzame warmtevoorziening.
Bedrijfspanden
Voor kantoorpanden gelden vanaf 2023 strengere energie-eisen. Label C is vanaf dan minimaal vereist voor grotere kantoren ( >100 m2 ). Voor kleinere bedrijfsgebouwen gelden deze regels niet. De verwachting is dat de eisen voor utiliteitsbouw en kantoren binnen de EU en binnen Nederland verder aangescherpt zullen worden. De verwachting is daarmee dat het merendeel van de kantoren in 2050 geschikt zal zijn voor lagetemperatuurverwarming.
Bij andere bedrijfspanden hangt de warmtevraag sterk af van de functie van het gebouw. Zo is het vaak niet nodig om een opslagloods tot 20°C te verwarmen. Voor bedrijfspanden moet per pand gekeken worden welke warmtevoorziening volstaat. Industriepanden gebruiken soms ook warmte in processen. Hiervoor is vaak zeer hoge temperatuur warmte nodig. Deze panden zijn in de warmteprofielen niet meegenomen.
Warmteprofiel
In Figuur 5 is voor clusters woningen, kantoren en overige utiliteit het warmteprofiel weergegeven: de afgifte-temperatuur die op korte termijn realistisch is. Op dit moment (2020) gebruiken bijna alle huizen in Woensdrecht nog een cvketel met een hoge afgifte-temperatuur: alle huizen zou je daarom rood kunnen in kleuren op een gemeenteplattegrond. Wanneer alle huizen de besparingsstap zetten die past bij hun huis, verbetert echter hun warmteprofiel.
Overigens ligt de techniek die gekozen wordt voor de warmtevoorziening hiermee nog niet vast. Voor elke temperatuurrange zijn er diverse individuele oplossingen (per woning) of collectieve (met een warmtenet of buurtenergiesysteem).
Concentratie van de warmtevraag
Hoe de warmtevraag over de gemeente verdeeld is, is van belang voor de mogelijke alternatieven voor aardgas. Gebieden met een geconcentreerde warmtevraag (veel panden bij elkaar of panden met een hoge warmtevraag) zijn eerder geschikt voor de aanleg van een warmtenet of buurtenergiesysteem: dit is dan vaak de goedkoopste oplossing. Bij een lage warmtedichtheid liggen individuele oplossingen, zoals een warmtepomp, meer voor de hand. Voor Woensdrecht is de verdeling van de toekomstige warmtevraag van woningen zichtbaar gemaakt in Figuur 6.
In de huidige markt is vanaf 1.000 GJ/ha en een minimumaantal woningen van ongeveer 200 (afhankelijk van de warmtebron) de kans op een rendabele business case voor een warmtenet relatief groot. Onder de 500 GJ/ha is een warmtenet bijna nooit een realistische oplossing. Tussen 500 en 1.000 GJ/ha hangt de financiële haalbaarheid af van de omstandigheden: het type warmtebron, de afstand tussen de woningen en de warmtebron en de gewenste afgiftetemperatuur zijn allemaal factoren die invloed hebben.
In Woensdrecht is in verschillende dorpskernen de warmtevraag hoog genoeg voor een kleinschalig warmtenet of buurtenergiesysteem. In het buitengebied, de linten en de kleinere kernen, zoals Huijbergen is de bebouwingsdichtheid lager, en zijn waarschijnlijk individuele oplossingen of duurzaam gas aantrekkelijker. Of een warmtenet echt kansrijk is, hangt ook af van de aanwezige warmtebronnen.
Warmtenetten
Warmtenetten zijn leidingen onder de grond, die warm water transporteren van een warmtebron naar de woningen. Warmtenetten bestaan in verschillende soorten, maten en temperaturen. Een warmtenet met midden of hogere temperatuur voorziet in direct bruikbare warmte. Een lagere temperatuur warmtenet vereist dat de temperatuur in de woning nog wordt verhoogd. Dat laatste kan bijvoorbeeld met een (efficiënte) warmtepomp.
Waarom een warmtenet?
Grotere warmtebronnen zijn alleen in te zetten als er een warmtenet wordt aangelegd. Een voordeel van een warmtenet is dat er minder isolatiemaatregelen nodig zijn om comfortabel en betaalbaar te verwarmen. Een voorwaarde voor een warmtenet is dat er voldoende woningen worden aangesloten.
Prijzen en regelgeving
Landelijk wordt de regelgeving over warmtenetten aangepast. Er is een nieuwe warmtewet aangekondigd voor 2022. De verwachting is dat in ieder geval wordt vastgelegd dat (als er een warmtenet komt) bewoners het recht hebben op een aansluiting, maar niet worden verplicht. Voorzien is dat bewoners de vrijheid houden om andere duurzame oplossingen te kiezen.
De prijs van warmte uit een warmtenet wordt tot nog toe bepaald met het 'Niet Meer Dan Anders' (NMDA)-principe. Daarbij is de warmteprijs gekoppeld aan de prijs van aardgas. Dit staat momenteel ter discussie. In de nieuwe warmtewet komen mogelijk nieuwe afspraken over de prijstelling. De gemeente houdt de landelijke ontwikkelingen en nieuwe wetgeving in de gaten.
4.2 Warmtebronnen
Hieronder staat een overzicht van de warmtebronnen die in Woensdrecht beschikbaar zijn om in 2050 in de overgebleven warmtevraag te voorzien. Ter vergelijking: de totale warmtevraag die we verwachten in 2050 is ongeveer 589 TJ, op dit moment is de jaarlijkse warmtevraag in Woensdrecht nog 789 TJ.
Warmtebronnen voor individuele oplossingen
De volgende warmtebronnen zijn per woning, per gebouw, of per rijtje huizen in te zetten.
Luchtwarmtepompen
Luchtwarmtepompen halen warmte uit de buitenlucht om de woning te verwarmen, en gebruiken hiervoor elektriciteit. Het is een individuele oplossing, die per woning of per appartementencomplex toegepast kan worden. De standaard luchtwarmtepomp geeft warmte op lage temperatuur. Een woning moet dan - net als voor andere lage temperatuur-oplossingen - goed geïsoleerd zijn en er is een passend warmte-afgiftesysteem nodig, zoals vloerverwarming of lage temperatuur-radiatoren. Er zijn ook midden- en hoge temperatuur warmtepompen op de markt, waarvoor vaak minder aanpassingen in de woning nodig zijn. Deze hebben wel een hoger elektriciteitsverbruik. Luchtwarmtepompen zijn op grote schaal inzetbaar in de gehele gemeente.
Warmte-koudeopslag (WKO) en bodemwarmtepompen
Omdat de bodem een vrij constante temperatuur heeft, kan in de zomer koude en in de winter warmte gewonnen worden uit de bodem. Er bestaan individuele en collectieve vormen van bodemenergie, in zowel open als gesloten systemen. WKO-systemen kunnen warmte opslaan bij lage temperatuur, typisch tot maximaal 30°C. Daarvoor benutten ze bodemlagen tussen 20 en 300 m diep.
Duurzame elektriciteit voor warmtepompen?
Een warmtepomp verbruikt elektriciteit. Het is logisch om deze elektriciteit voor warmtepompen zoveel mogelijk lokaal en duurzaam te produceren. Want als heel Nederland vindt dat windmolens en zonneweides vooral ergens anders moeten komen, dan lukt de energietransitie nooit.
Het elektrisch verbruik van een warmtepomp wordt uitgedrukt met een 'Coëfficiënt of Performance' (COP). Een typische COP is 3, dat impliceert dat de warmtepomp één deel elektriciteit verbruikt om 3 delen warmte te produceren.
De toekomstige warmtebehoefte van heel Woensdrecht is ongeveer 589 TJ. Als we uitsluitend voor warmtepompen kiezen, dan is het elektrisch verbruik ongeveer 200 TJ. Om dat te produceren hebben we nodig:
- Of ongeveer 5 extra windmolens
- Of ongeveer 150 voetbalvelden met zonneweide
In de zomer wordt warmte ondergronds in de WKO opgeslagen, zodat die in de winter kan worden gebruikt. In de winter kan de WKO koude opslaan, zodat de WKO ook koeling kan leveren in de zomer. Om de bodem in balans te houden, moet de vraag naar warmte en koude in balans zijn, of er moet warmte uit een andere warmtebron worden toegevoegd. Een WKO-systeem kan dus worden ingezet om seizoen variatie in de warmtevraag op te vangen.
De inzet van warmteopslag in de bodem is in de gemeente Woensdrecht beperkt. In de eerste plaats zijn er harde restricties rondom Huijbergen en Ossendrecht. Hier liggen grondwaterwin- en beschermingsgebieden. Daarnaast geldt er voor de vrijwel de gehele gemeente een diepterestrictie. Het is in vrijwel de hele gemeente Woensdrecht verboden om dieper dan 50 m te boren. Grootschalige WKO en bodemwarmtepompen zijn in Woensdrecht daardoor zeer beperkt haalbaar.
Zonnewarmte (dak)
De warmte wordt gewonnen met zonnecollectoren op het dak. Er bestaan gecombineerde panelen die zowel elektriciteit als warmte leveren, die worden PVT-panelen genoemd (photovoltaïsch-thermisch). Deze worden dan gecombineerd met een warmtepomp. De techniek is nog niet op grote schaal ingezet voor het verwarmen van de gebouwde omgeving, maar heeft een groot potentieel. In principe is elke goed geïsoleerde woning met voldoende ruimte op het dak geschikt.
Pelletkachels
In een pelletkachel of pellet-cv worden korrels van houtachtig materiaal verstookt. Pelletkachels verstoken dus biomassa. Omdat hierbij fijnstof vrijkomt, is de techniek minder geschikt om op grote schaal toe te passen in woonwijken. In het buitengebied kan het echter tijdelijk en op kleine schaal een optie zijn, als andere beter geschikte mogelijkheden ontbreken.
Infraroodpanelen
Infraroodpanelen maken stralingswarmte. In tegenstelling tot wat we gewend zijn, wordt niet alle lucht in de ruimte verwarmd, maar alleen die plekken waar mensen zijn. Ze gebruiken aanzienlijk meer elektriciteit dan een warmtepomp, maar doordat de warmte heel gericht wordt ingezet, kan het toch voordelig zijn. Infraroodpanelen zijn vooral geschikt voor ruimtes die maar af en toe gebruikt worden, zoals een zolder.
Warmtebronnen voor een buurtenergiesysteem
Een buurtenergiesysteem is een warmtenet met een lokale warmtebron, waar zo'n 400-800 honderden woningen op zijn aangesloten. Het kan stap voor stap ontwikkeld worden, waarbij steeds meer straten of buurten worden aangesloten. Bijzonder aan een buurtenergiesysteem is dat het door een buurtcoöperatie ontwikkeld kan worden, en dan (mede)eigendom is van de buurtbewoners.
Thermische energie uit oppervlaktewater
Uit oppervlaktewater is warmte te winnen met een warmtewisselaar. Deze warmte kan in de bodem worden opgeslagen en in de winter worden gebruikt. Met een (vaak lage temperatuur) warmtenet komt de warmte bij de gebruikers.
Woensdrecht wordt gekenmerkt door weinig oppervlaktewater zoals: rivieren kanalen en sloten. Aan de rand van de gemeente, maar eigenlijk te ver van de woonkernen verwijderd liggen wel de Schelde en het Markiezaatsmeer. Thermische energie uit oppervlaktewater heeft daarom weinig potentie in gemeente Woensdrecht.
Zonnewarmte (veld)
Warmte uit zonnecollectoren kan ook in een warmtenet worden ingezet. Zonnecollectoren of PVT-panelen (die warmte en elektriciteit opwekken) worden in veldopstelling of op een groot dak geplaatst en de warmte wordt via een warmtenet verspreid.
Het maximaal potentieel voor zonnewarmte is ongeveer 10 TJ per hectare in een veldopstelling en ongeveer 2 GJ per vierkante meter in een dak opstelling. De techniek wordt in Nederland nog niet op grote schaal ingezet voor het verwarmen van de gebouwde omgeving, maar gezien het grote potentieel interessant om te onderzoeken.
Restwarmte bedrijven
Bij industriële processen blijft soms warmte over die niet binnen het bedrijf gebruikt kan worden. Afhankelijk van het type bedrijf is dit lage, middelhoge of hoge temperatuur warmte, die door middel van een warmtenet ingezet kan worden voor verwarming. Of hier daadwerkelijk potentie is die op een rendabele wijze benut kan worden, wordt nog onderzocht.
Er zijn een aantal bedrijven in Woensdrecht die in potentie lage temperatuur restwarmte beschikbaar hebben, tussen de 30 en 45°C. Dit zijn bijvoorbeeld supermarkten. Het gaat echter om een vrij kleine potentie (ongeveer 4 TJ per supermarkt), waarvan het onzeker is of die rendabel benut kan worden.
Restwarmte uit rioolwaterzuiveringsinstallaties en rioolgemalen
In Woensdrecht bevinden zich verschillende rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI's) & gemalen. De RWZI's & gemalen in Woensdrecht hebben samen een potentie van ongeveer 6 TJ. Het gaan om 3 grote rioolgemalen in Woensdrecht met potenties tussen de 0.5 TJ en 3 TJ per jaar.
Duurzaam gas
Tot slot kan er een duurzame vorm van gas worden gebruikt:
Biogas
Biogas wordt geproduceerd door organisch materiaal te vergisten, de samenstelling verschilt daarom van aardgas. Biogas is dus niet hetzelfde als aardgas en kan daarom niet zonder meer worden ingevoerd op het gasnet. In data geval moet biogas eerst worden 'opgewerkt' tot aardgaskwaliteit, in dat geval spreken we van 'groen gas'.
Verschillende vormen van biologische reststromen kunnen als grondstof dienen voor het produceren van biogas. Voorbeelden zijn vloeibare mest, GFT-afval en de bio restfractie van akkerbouw en grasland. De beschikbaarheid van deze reststromen in Woensdrecht is genoeg voor ongeveer 289 TJ per jaar. De potentie in Woensdrecht is daarmee relatief groot, hoewel het beschikbaar komt uit veel kleinschalige bronlocaties. Het verbinden van bronnen en afnemers van biogas kan daarom alsnog uitdagend zijn. Ook moet er rekening worden gehouden met lokale weerstand tegen mestvergisters vanwege een risico op stankoverlast.
Collectieve biomassa voor Woensdrecht?
De gemeente Woensdrecht zet vooralsnog niet in op grootschalige stook van houtachtige biomassa. Biomassa is de verzamelnaam voor diverse soorten organische materiaal, zoals voedselresten, snoeihout, meststromen en productiebossen. De lokale productie van biomassa is beperkt. Momenteel wordt er nationaal daarom al biomassa uit het buitenland geïmporteerd. Dat is op den duur geen wenselijke situatie.
In Woensdrecht beschouwen we het verwarmen met biomassa alleen op kleine schaal als potentieel interessant bijv. pelletkachels. Deze oplossing kan overwogen worden als andere mogelijkheden ontbreken. Belangrijk afwegingsaspect voor deze oplossing betreft de tijdelijkheid. Het ligt in de veronderstelling dat ook pellet-kachels binnen een aantal jaren niet meer kunnen voldoen aan de strengere regelgeving.
In Nederland als geheel is niet voldoende biogas om in de totale warmtebehoefte te voorzien. Er is dus niet voldoende biogas om alle woningen op deze duurzame energiebron aan te sluiten. Dit geldt ook voor Woensdrecht. Het lokaal beschikbare biogas is allereerst interessant voor lastig te isoleren panden of industriële activiteiten met een hogere temperatuur warmtebehoefte.
Waterstof
Waterstofgas kan worden geproduceerd uit water of fossiele energie, het komt op zichzelf niet voor in de natuur. Het 'systeemrendement' (productie tot gebruik) bij inzet van waterstof is relatief laag, zeker in vergelijking met bijvoorbeeld elektrische warmtepompen.
Interessant aan waterstofgas is dat er bij verbranding geen CO2 vrijkomt. Keerzijde is wel dat diezelfde hoeveelheid CO2 wel elders in de (productie)keten kan ontstaan. Dat is afhankelijk van de productiemethode van waterstofgas.
- Blauwe waterstof: In het geval van blauwe waterstof wordt fossiel aardgas gesplitst een deel H2 en een deel CO2. Hierna kan de CO2 kan worden opgeslagen in lege gasvelden of zoutcavernes. Bij een keuze voor blauwe waterstof blijven we dus afhankelijk van aardgas.
- Groene waterstof: In het geval van groene waterstof wordt water (H2O) met elektriciteit gesplitst in een deel H2 en een deel zuurstof (O2). Hierbij is dus geen afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Wel is er een aanzienlijke hoeveelheid elektriciteit nodig om groene waterstof te produceren. Om groene waterstof daadwerkelijk 'duurzaam' te laten zijn, dient deze elektriciteit ook duurzaam te worden opgewekt. Dit zou kunnen met windturbines en/of zonneweides.
Groene waterstof is vooralsnog duur en schaars. Dat zal de komende 15 jaar waarschijnlijk zo blijven. Waterstof is bij uitstek geschikt om hoge temperaturen te maken. Het is dan ook het meest logisch om waterstof in eerste instantie in te zetten daar waar hoge temperaturen noodzakelijk zijn, zoals in de industrie, zwaar transport of het balanceren van het elektriciteitsnet.
De bestaande gasinfrastructuur is met beperkte aanpassingen inzetbaar voor waterstof. Voorwaarde daarbij is wel dat er een keuze wordt gemaakt:
- Een 'aardgas' gasnet kan traditionele cv-ketels voorzien.
- Een 'waterstof' gasnet kan waterstof-ketels voorzien.
Belangrijk is dat bij een keuze voor waterstof de hele keten over moet gaan op waterstof. Het gasnet kan dan niet een gedeelte van de aansluitingen van aardgas blijven voorzien.
Relevant om te noemen zijn twee aandachtspunten:
- Bij een overstap op waterstof is nodig is om alle cv-ketels hier correct op af te stellen. De branders moeten worden afgesteld, en in sommige gevallen zal de gehele ketel moeten worden vervangen.
- Bij een overstap naar waterstof moet de gehele keten in een zo kort mogelijke periode worden omgezet. Dit is een grote uitdaging voor de logistiek, zodat de beschikbaarheid van warmte zo kort mogelijk wordt onderbroken én er geen onveilige situaties ontstaan.
Groene waterstof voor Woensdrecht?
Waterstof is een energiedrager en moet worden geproduceerd. Het is logisch om de energie om waterstof mee te produceren dan ook lokaal en duurzaam wordt geproduceerd. Want als heel Nederland vindt dat windmolens en zonneweides niet in hun eigen gemeente mogen komen, dan wordt de energietransitie een erg lastig verhaal.
Het systeemrendement voor de productie van waterstof is ongeveer 54%. Per TJ groene waterstof is daarom 1,85 TJ duurzame elektriciteit nodig. Om 589 TJ in de vorm van groene waterstof te produceren is dus bijna 1,100 TJ duurzame elektriciteit nodig.
Omgerekend hebben we is het volgende aantal extra windmolens of oppervlak zonneweide nodig als heel Woensdrecht voor groene waterstof zou kiezen:
- Of ongeveer 30 extra windmolens, of
- Of ongeveer 850 voetbalvelden met zonneweide
5. Warmtevisie Woensdrecht 2050
In hoofdstuk 4 zijn de warmtevraag en de warmtebronnen in kaart gebracht. In dit hoofdstuk brengen we alle informatie samen en maken we een start met het matchen van de warmtebronnen en de warmtevraag. Welke bronnen zijn het best in te zetten op welke plek?
Dit hoofdstuk geeft een visie op de warmtevoorziening in 2050, een totaalbeeld van de gemeente Woensdrecht. Dit eindbeeld ligt nog niet vast. Voor de verkenningsbuurten (zie hoofdstuk 1) worden de komende jaren diverse scenario's grondiger uitgewerkt en met elkaar vergeleken. Pas na een gedetailleerd haalbaarheidsonderzoek en intensieve participatie in een buurt valt het definitieve besluit over welke warmtevoorziening er in die buurt zal komen, en per wanneer. Toch kijken we alvast naar het mogelijk eindbeeld, om zeker te stellen dat keuzes voor de eerste buurten goed in een totaalbeeld voor Woensdrecht passen. Zo zorgen we dat schaarse warmtebronnen daar ingezet worden, waar ze het beste passen. Het totaalbeeld zal (net als de Transitievisie Warmte) elke vijf jaar worden herzien, om zo te leren van opgedane ervaringen. Op die manier kunnen ook nieuwe inzichten worden verwerkt, bijvoorbeeld ontwikkelingen rondom groen gas.
5.1 Woonwijken
Isolatie
Ongeacht uw toekomstige warmtesysteem, in alle gevallen is isolatie een belangrijke eerste stap. Isolatie zorgt voor comfort, verlaagt de energierekening en zorgt dat we meer woningen kunnen verwarmen met de kostbare duurzame energie- en warmtebronnen.
Aardgasvrije oplossing
Voor aardgasvrije oplossingen ontstaat in Woensdrecht een divers beeld. In grote delen van Woensdrecht passen individuele oplossingen het best. In sommige kernen kan het aantrekkelijk zijn om een buurtenergiesysteem of warmtenet aan te leggen. Ook zijn er enkele oudere linten waar hybride systemen vooralsnog aantrekkelijker zijn. Welke warmtevoorziening waar het meest geschikt is, is te zien in Figuur 7. Op de kaart zien we de volgende zones:
Individuele oplossingen
Het buitengebied & een deel van de woonkernen in de gemeente Woensdrecht.
In gebieden met een lagere bebouwingsdichtheid zijn oplossingen per woning het meest interessant. Dit zijn bijvoorbeeld plekken waar veel vrijstaande huizen of twee-onder-één-kap woningen staan, Een buurtenergiesysteem of warmtenet is hier al snel te kostbaar om aan te leggen, omdat de huizen ver uit elkaar liggen.
- Voor woningen in het buitengebied ligt de eerste nadruk op isoleren. Daarna kan naar een warmtepomp worden gekeken. Als dat niet haalbaar is, kan worden uitgeweken naar een individueel gas oplossing.
- Als woningen in woonkernen goed geïsoleerd zijn (de groene gebieden in Figuur 5), dan is een warmtepomp oplossing wellicht geschikt.
- Als woningen in woonkernen redelijk zijn geïsoleerd (de oranje gebieden in Figuur 5), dan ligt de eerste nadruk op isoleren. Daarmee kan een warmtepomp haalbaar worden.
- Optioneel kan ook nog naar kleine warmtenet oplossingen worden gekeken. Dan worden bijvoorbeeld 3 tot 7 woningen op één gezamenlijke warmtepomp aangesloten. Een mini-warmtenet voorziet daarna de woningen van warmte.
Kansrijk voor een warmtenet
Weinig kansen in de gemeente Woensdrecht, beperkte warmtebronnen
Een warmtenet is pas interessant als er voldoende warmte is om minstens enkele honderden woningen van warmte te voorzien. Daarmee zou de focus van warmtenet systemen dus sowieso op de woonkernen liggen. In de gemeente Woensdrecht zijn echter weinig lokale duurzame warmtebronnen met voldoende warmte om een warmtenet te voorzien. Dat maakt dat een warmtenet in de gemeente Woensdrecht nergens op voorhand als kansrijk wordt aangemerkt.
Overigens betekent een keuze voor een warmtenet niet dat alle woningen daar verplicht op worden aangesloten. Voor eigenaren van goed geïsoleerde woningen kan het bijvoorbeeld alsnog aantrekkelijker zijn om een warmtepomp te nemen.
Groen gas of een warmtenet
Delen van de woonkernen Hoogerheide/Woensdrecht en Ossendrecht
Zoals hierboven genoemd lijkt een warmtenet nergens in Woensdrecht op voorhand kansrijk. Dit heeft vooral te maken met de beperkte beschikbaarheid van warmtebronnen. Vooral zonthermie komt als interessant naar voren. Deze warmtebron lijkt vooral realiseerbaar in de westelijke helft van de gemeente. De meeste kansen voor een eventueel warmtenet liggen dus bij de woonkernen Hoogerheide/Woensdrecht en Ossendrecht.
Binnen deze woonkernen liggen ook verschillende clusters waar ook in de toekomst een hogere temperatuur behoefte wordt verwacht. Als er geen warmtenet komt, dan moeten deze clusters wellicht uitwijken naar een groen gas oplossing.
Meer onderzoek naar een warmtenet
De woonkernen Hoogerheide/Woensdrecht en Ossendrecht
Dit is het deel van de woonkernen Hoogerheide/Woensdrecht en Ossendrecht waar kansen liggen voor een warmtenet. Hier is aanvullend onderzoek nodig om de haalbaarheid goed in beeld te krijgen. Het blijft mogelijk dat een warmtenet uiteindelijk toch niet haalbaar blijkt.
Zoals hierboven genoemd is een warmtenet pas interessant als er voldoende vraag en aanbod is. Dat maakt dat een warmtenet oplossing alleen interessant zal zijn voor de grotere woonkernen in Woensdrecht. Uit de analyse is gebleken dat het aantal beschikbare duurzame warmtebronnen zeer beperkt is. Hoewel er een strenge boorrestrictie is in vrijwel de hele gemeente, lijkt hier een uitzondering te gelden voor geothermie. Die route zou dus verder kunnen worden verkend.
Individueel of groen gas
Lintbebouwing en oudere panden met beperkte mogelijkheden voor isoleren.
In de gemeente zijn verschillende plekken met oudere lintbebouwing. Dat zijn veelal panden waar ook in de toekomst waarschijnlijk een hogere temperatuur warmteafgifte nodig zal zijn om voldoende comfort te bieden. In de woonkernen zijn dit met name de rode gebieden in Figuur 5. We voorzien dat hier uiteindelijk verwarmd zal worden met een hybride warmtepomp of zelfs een cv-ketel op groen gas. Nabij clusters van oudere panden houden we de optie open om de bestaande gas-infrastructuur in stand te houden. Voor losse panden op grotere afstand moeten we mogelijk creatiever oplossingen, bijvoorbeeld groen flessengas.
De toekomstige beschikbaarheid van groen gas is echter onzeker. Landelijk is groen gas schaars, en zal dat naar verwachting blijven. We wachten de ontwikkelingen rond groen gas daarom af. In de tussenliggende jaren zetten we zoveel mogelijk in op energiebesparing via isolatie en hybride warmtepompen.
Buurtenergiesysteem in eigendom van bewoners
De gemeente vindt het belangrijk dat bewoners zelf invloed kunnen hebben op hun energiesysteem. Dit is één van de redenen dat in een aantal kernen de mogelijkheid wordt onderzocht van een buurtenergiesysteem. Dit is een warmtenet met een lokale warmtebron, waar enkele honderden woningen op zijn aangesloten. Er ontstaan in Nederland steeds meer lokale warmtenetten die in eigendom zijn van een coöperatie van bewoners. Bewoners zijn dan dus (mede)eigenaar.
5.2 Bedrijven en kantoren
Bedrijven die gevestigd zijn in buurten met een mix van woningen, winkels en kantoren, gaan gelijk op met de rest van de buurt. Immers, als de aardgasleidingen verwijderd worden, heeft dat consequenties voor alle gebouwen in een buurt. Voor bedrijventerreinen en kantorenparken zijn aparte plannen nodig. Het doel is om in de transitie van bedrijventerreinen zoveel mogelijk aan te sluiten op natuurlijke (gebieds-)ontwikkelingen van het bedrijventerrein zelf.
Bedrijventerrein
Industrie en maakbedrijven gebruiken aardgas niet alleen om gebouwen te verwarmen, maar soms ook in het bedrijfsproces. Tegelijkertijd hoeft niet elk gebouw verwarmd te worden, bijvoorbeeld opslagloodsen hebben meestal weinig verwarming nodig.
Bedrijventerreinen vragen daarom maatwerk: een afzonderlijk traject, waarin naar de specifieke behoeften van alle bedrijven wordt gekeken.
Net als bij woningen zijn er een aantal belangrijke overwegingen te maken bij bedrijventerreinen:
- Op bedrijventerreinen kan het interessant zijn om een warmtenet aan te leggen, bijvoorbeeld als er grotere bedrijfspanden zijn met een grote warmtevraag. Dat warmtenet kan, als de warmtebron groot genoeg is, doorgetrokken worden naar omliggende woningen. Andersom kan een warmtenet vanuit een woonwijk worden doorgetrokken naar een bedrijventerrein.
- Een andere mogelijkheid is dat ieder bedrijf individueel een alternatieve warmtevoorziening kiest, zoals een luchtwarmtepomp of bodemenergie.
- Een lage-temperatuur warmtenet of bronnet is aantrekkelijk voor locaties waar de warmtedichtheid redelijk hoog is en er op lage temperatuur warmte en koude uitgewisseld kan worden.
Behalve technische en financiële argumenten speelt ook mee in hoeverre bedrijven een gezamenlijke aanpak prefereren. Gezamenlijkheid ontzorgt ondernemers deels, en heeft soms financiële voordelen (denk aan gezamenlijke inkoop). Anderzijds beperkt het de vrijheden voor ondernemers om bijvoorbeeld zelf het moment van investering te bepalen.
Kantoren
Kantoren hebben over het algemeen een grotere vraag naar koeling dan woningen. Bodemenergie is daarom erg geschikt: warmte die in de zomer aan de gebouwen wordt onttrokken, wordt in de winter weer gebruikt. Dit kan per gebouw, of voor een cluster gebouwen worden aangelegd. Ook luchtwarmtepompen en luchtkoelers behoren tot de mogelijkheden. Ook hier geldt dat er gekozen kan worden voor een aanpak waarbij elk bedrijf zelf aanpak en tempo kiest, of voor een gezamenlijke aanpak. Bij intensief gebruik van de ondergrond is het wel zaak om gezamenlijk op te trekken, en een ordening aan te brengen in de warmte- en koude-bronnen, om interferentie te voorkomen.
5.3 Toets op betaalbaarheid
Eén van de belangrijkste uitgangspunten, is dat we zoeken naar de optie met de laagste kosten. Voor een eerste inschatting van de totale kosten van de diverse warmte-opties is de 'Startanalyse' van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gebruikt en de Quicksan van Enexis Netbeheer. Hierin wordt de oplossing berekend met de laagste nationale kosten: de totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn voor een warmteoplossing, ongeacht wie die kosten betaalt.
De berekeningen van PBL en Enexis Netbeheer gaan per CBS-buurt. In Woensdrecht blijkt dat binnen een CBS-buurt heel verschillende huizen kunnen staan. Daarom is in de analyse hierboven ook naar kleinere clusters bebouwing gekeken. Soms verschillen de resultaten hierdoor.
6. In fases naar een aardgasvrij Woensdrecht
Dit hoofdstuk beschrijft het tijdpad waarin de gemeente Woensdrecht aardgasvrij wil worden. Zo kunnen bewoners, bedrijven, woningcorporaties en de netbeheerder hun investeringen afstemmen op dit voorgestelde tijdspad.
We benadrukken dat de fasering en het tijdspad in dit hoofdstuk een globale planning is. Er blijft ruimte om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen, kansen, bewonersinitiatieven, of initiatieven van bedrijven. Daarvoor willen we deze transitievisie elke 5 jaar herzien.
In hoofdstuk 3 beschreven we wat een buurt geschikt maakt als verkenningsbuurt. Om tot een tijdpad te komen zijn de onderhoudsplanningen van wegen en riolering geïnventariseerd, net als geplande renovaties van bedrijventerreinen. Hiervoor is informatie vanuit gemeente en de werkgroep gebruikt. Ook is er afstemming geweest met inwoners en actieve bewonersgroepen.
Dit alles heeft geleid tot een tijdspad waarbinnen Woensdrecht van het aardgas af gaat. Dit tijdspad is weergegeven in Figuur 8. In paragraaf 6.1 t/m 6.6 geven we vervolgens aanvullende informatie.
Klimaatakkoord & Verkenningsbuurten
De ambitie in het Klimaatakkoord is om in 2030 minstens 1,5 miljoen huishoudens aardgasvrij te maken. Dat is ongeveer 20% van alle woningen in Nederland.
Als Woensdrecht streven we er daarom naar om vóór 2030 in ieder geval voor ongeveer 20% van alle woningen te starten met een verdere verkenning van de mogelijkheden.
Verkenningsbuurt (2022-2035)
Buurten waar het mogelijk lijkt om op kortere termijn aardgasvrij te worden. Voor deze buurten starten we in de periode vanaf 2022 met de verkenning om te komen tot een buurtuitvoeringsplan. Hierin staan de haalbaarheid (technisch en financieel) en het betrekken van bewoners, ondernemers en andere lokale partijen centraal. We benadrukken dat we in deze buurten starten met onderzoek, en dat nog niet is besloten wanneer en hoe de buurt van het aardgas af gaat. We verwachten dat deze buurten uiterlijk 2035 aardgasvrij kunnen zijn.
Middellange termijn (2025-2040)
In deze buurten zien we kansen voor een buurtenergiesysteem. Of het is een buurt waar kansen liggen om gezamenlijk aan individuele oplossingen te werken. Op dit moment ontbreken echter directe aanknopingspunten om op korte termijn te beginnen. In vergelijking met de verkenningsbuurten is het daarom minder zeker wat de beste oplossingsrichting is. De gemeente wil daarom eerst ervaringen opdoen in de verkenningsbuurten, voordat de focus naar deze buurten verschuift.
Lange termijn (2040-2050)
Voor sommige gebieden, vooral met oude bebouwing, is een combinatie van een (hybride) warmtepomp en groen gas een serieuze optie. De beschikbaarheid en prijs van groen gas is op dit moment nog erg onzeker. De gebieden zijn daarom later in de planning gezet: we wachten de ontwikkelingen rond groen gas af. Wel wil de gemeente bewoners motiveren om de keuze voor een hybride warmtepomp te overwegen op vervangingsmomenten van cv-ketels.
Natuurlijk tempo (2020-2050)
Voor deze buurten liggen individuele warmteoplossingen per gebouw voor de hand. De gemeente kiest hier voor een natuurlijk tempo: niet de hele buurt tegelijk, maar juist een maximale vrijheid om het gebouw op een logisch moment anders te gaan verwarmen. Dit kan bijvoorbeeld bij een verbouwing of verhuizing of het vervangingsmoment van de aardgasgestookte cv-ketel.
6.1 Verkenningsbuurten Woensdrecht
In dit hoofdstuk benoemen we de buurten waar een verdere verkenning tussen nu en 2025 al interessant lijkt. In de gemeente Woensdrecht zijn dit op dit moment twee gebieden met verkenningsbuurten:
- Gebied 1 - Verkenningsbuurt:
- Woensdrecht-Zuid
- Woensdrecht Noord
- Hoogerheide - Heiakkers
- Gebied 2 - Verkenningsbuurt:
- Huijbergen-Zuid
Ook al lijkt 2050 nu nog ver weg, als gemeente kunnen wij de warmtetransitie van onze gemeente niet voor ons uitschuiven. Wij moeten het proces nú al uitdenken en vormgeven. En daarbij moeten we dat proces ook in de praktijk gaan doorlopen. Op die manier kunnen we actief leren en het proces stap voor stap verbeteren.
Wat gaat er gebeuren?
We starten met het maken van een buurtuitvoeringsplan. Daarmee brengen we de haalbaarheid en financiële gevolgen van verschillende opties in kaart. Hierbij worden inwoners en stakeholders uitdrukkelijk betrokken. Daarna kan in gezamenlijkheid een keuze worden gemaakt. Dit hoeft niet voor de hele buurt dezelfde oplossing te zijn.
Eerst een buurtuitvoeringsplan, dan pas een besluit
Ook in andere buurten en kernen gaan we - op termijn - buurtuitvoeringsplannen maken. We vragen iedereen in de buurt of kern om mee te denken en mee te doen. Pas als er een duurzame en voor iedereen betaalbare en betrouwbare oplossing is gevonden, nemen we - samen - het besluit om van het aardgas af te gaan.
Informeren en meedenken
We hebben inwoners hard nodig voor de overgang naar duurzame warmte. Het is belangrijk dat veel inwoners het eens zijn met de gekozen oplossing voor hun wijk. We willen daarom graag dat ze met de gemeente meedenken en meedoen. Gemeente Woensdrecht wil inwoners daarom zo goed en zorgvuldig mogelijk informeren én mee laten denken en doen.
Het is een onderzoek. Er ligt nog niks vast
Graag benadrukken we dat we in de genoemde buurten starten met onderzoek. Het ligt nu dus nog niet vast wanneer en hoe de buurt van het aardgas gaat. In lijn met het Klimaatakkoord kan wel aan 2030 als richtpunt worden gedacht.
Wanneer?
In de genoemde buurten voorzien we een start van de verkenning tussen 2022-2025. Na het afronden van die verkenning is de buurt nog niet aardgasvrij! Het uitvoeren van de concreet gemaakte plannen neemt meer tijd in beslag. We houden daarbij rekening met een periode van 5 tot 15 jaar.
Waarom hier starten?
De verkenningsbuurten zijn om meerdere redenen uitgekozen:
- Als gemeente willen we in Woensdrecht en Heiakkers verkennen of en hoe een warmtenet hier haalbaar zou kunnen zijn. We willen in de eerste plaats kijken of zonnewarmte hier als duurzame bron mogelijk is.
- In het zuiden van Huijbergen willen we samen met inwoners verkennen wat er nodig is om als gehele wijk aardgasvrij te worden. Dan is het gasnet niet langer meer nodig. Een individuele oplossing lijkt voor deze buurt het meest gunstig.
Elke route richting een aardgasvrije warmtevoorziening vraagt om maatwerk. Als gemeente kunnen we dit proces in de verkenningsbuurten vormgeven. In de jaren erna kunnen we het dan in telkens verder verbeterde vorm hergebruiken in andere delen van onze gemeente.
Disclaimer
We voorzien dat het uitwerken van de plannen voor verkenningsbuurten een aanzienlijke inzet vraagt van de gemeentelijke organisatie. Wij zijn hierbij als gemeente grotendeels afhankelijk van de financiële middelen vanuit de Rijksoverheid. Zonder of met beperkte middelen vanuit het Rijk voorzien we dat het tijdspad zoals geschetst is in deze Transitievisie Warmte moet worden bijgesteld. Dat zal dan ook invloed hebben op de onderzoeken in de voorgestelde verkenningsbuurten.
Verkenningsbuurten Woensdrecht-Zuid, Woensdrecht Noord & Hoogerheide - Heiakkers
In deze verkenningsbuurten zijn we er in de warmtevisie op uitgekomen dat een warmtenet hier interessant kan zijn. Als duurzame warmtebron denken we daarbij aan zonnewarmte.
De volgende eigenschappen van de buurten zijn aanleiding om hier te starten met een verkenning:
- Er is voldoende warmtevraagdichtheid en warmtevraag
- Een uitbreiding van het warmtenet richting Hoogerheide, te beginnen met de wijk Heiakkers
- Als duurzame warmtebron is zonnewarmte een optie, ten westen van Woensdrecht
- Een midden temperatuur warmtenet sluit het beste bij de woning eigenschappen
- Woningcorporatie Woonstichting Woensdrecht heeft hier een aanzienlijk bezit.
In totaal liggen er in deze verkenningsbuurten 1190 woningen, dat is 12% van alle woningen in Woensdrecht.
Verkenningsbuurt Huijbergen-Zuid
In deze verkenningsbuurt zijn we er in de warmtevisie op uitgekomen dat een individuele oplossing het meest interessant lijkt. Met een verdere verkenning willen we onderzoeken:
- Wat er voor inwoners nodig is om de overstap te maken
- Hoe de gemeente de inwoners bij deze overstap kan ondersteunen
- Of het elektriciteitsnet lokaal moet worden verzwaard
- Of het lokale gasnet op een gegeven moment uit bedrijf kan worden genomen
De volgende eigenschappen van de buurt Huijbergen-Zuid zijn aanleiding om hier te starten met een verkenning:
- Er is sprake van relatief homogene bebouwing met een recent bouwjaar
- Het zijn goed geïsoleerde woningen, er zijn daarom slechts beperkt isolatie/gebouwmaatregelen nodig bij een overstap naar individuele elektrische oplossing.
- Zowel een warmtenet als een groen gas oplossing lijken voor deze buurt niet haalbaar, op termijn voorzien we dat hier dus een individuele oplossing komt.
In totaal liggen er in deze verkenningsbuurt 100 woningen, dat is 1% van alle woningen in Woensdrecht.
6.2 Natuurlijk tempo (2020-2050)
In grote delen van Woensdrecht voorzien we dat gebouwen op termijn overstappen op een individuele voorziening zoals een warmtepomp. Als gemeente willen we dat onze inwoners de overstap kunnen doen wanneer het goed uitkomt. Dat kan bijvoorbeeld zijn wanneer een cv-ketel moet worden vervangen of wanneer er een grote verbouwing staat gepland. Een verhuizing is ook een interessant 'kansmoment' om de overstap naar een aardgasvrije warmtevoorziening en isolerende maatregelen direct mee te nemen.
Uiteraard kunnen inwoners van gebieden met een natuurlijk verloop altijd rekenen op advies en ondersteuning van de gemeente. Zo combineren we maximale vrijheid voor inwoners met een passende begeleiding en support.
We benadrukken dat nationaal beleid en regelgeving kunnen veranderen. Daar hebben wij als gemeente weinig invloed op. In gebieden waar we een natuurlijk tempo voorzien is het aan de bewoners om te besluiten op welk moment tussen nu en 2050 men de overstap naar aardgasvrij maakt.
6.3 Middellange termijn (2025-2040)
In gebieden waar we op middellange termijn starten voorzien we tussen 2025 en 2040 volgende stappen te gaan nemen.
In middellange termijn buurten bouwen we voort op de ervaringen uit de eerste verkenningsbuurten. Daarbij is er speciale aandacht voor recent gebouwde woningen en panden met een energielabel B of beter. We willen uiterlijk in 2035 een verdere verkenning starten in wijken / buurten waar een warmtenet mogelijk is. Dat is vooral omdat we verwachten dat realisatie van een warmtenet 5 tot 15 jaar zal kosten.
6.4 Lange termijn (2040-2050)
In gebieden waar we pas op lange termijn starten, zullen tussen 2040 en 2050 concrete stappen worden genomen. In deze buurten zien we een diversiteit van gebouwen, waarvan een deel lastig is te verduurzamen. Beter isoleren is niet voor alle gebouwen een haalbare optie.
Door specifiek in deze buurten wat langer af te wachten kan er maximaal gebruik worden gemaakt van ontwikkelingen en mogelijke prijsdalingen. Door in deze buurten wat langer te wachten weten we ook of er (gedeeltelijk) kan worden aangehaakt bij een warmtenet in aangrenzende buurten. Zonder warmtenet zullen we moeten kijken welke gebouwen het beste kunnen overstappen op groen gas.
We weten nu al welke panden in deze 'lange termijn' buurten lastig zijn te isoleren. Deze panden kunnen nú al worden ondersteund bij een eventuele overstap op een hybride warmtepomp. Er is geen reden om dat 20 jaar uit te stellen. Op die manier kan nu al een deel van het aardgasverbruik worden vervangen.
6.5 Bedrijventerreinen
De bovenstaande verdeling geldt ook voor bedrijven, winkels en kantoren die verspreid in de buurten gevestigd zijn. Deze gaan mee in de transitie met de buurt waarin ze liggen.
Verspreid over de gemeente liggen ook een aantal bedrijventerreinen. Voor bedrijventerreinen willen we zoveel mogelijk aansluiten op ambities van ondernemers en herontwikkeling van bedrijventerreinen. Als er zich in naastgelegen wijken ontwikkelingen voordoen, zullen we overwegen om ook het nabijgelegen bedrijventerrein daarbij te betrekken.
Als gemeente willen we in elk bedrijventerrein uiterlijk 2040 een verkenning starten. Daarbij kijken we wat de warmtebehoefte is per bedrijf en hoe deze warmte op een duurzame manier kan worden geleverd.
6.6 Snelheid van de lokale warmtetransitie
Van elke buurt in onze gemeente weten we het aantal woningen en afnemers. Met het tijdspad zoals in dit hoofdstuk uiteengezet kunnen we het tempo van de warmtetransitie in Woensdrecht aangeven. Dit wordt weergegeven in Figuur 12.
Te zien is dat we de warmtetransitie in onze gemeente vooral pas ná 2030 zal gebeuren. Tegelijk willen we aanzienlijke stappen zetten vóór 2040. Dat geeft ons de ruimte om ons tussen 2040 en 2050 te focussen op lastige gebouwen en gebieden. Als we dit tijdspad volgen, dan kunnen we als Woensdrecht in 2050 aardgasvrij zijn.
7. Vervolgstappen
De komende jaren zetten we de eerste stappen om uiteindelijk in 2050 een volledig aardgasvrije gemeente te zijn. De activiteiten die de gemeente al organiseert en nog wil opzetten worden in dit hoofdstuk kort uiteengezet.
We zetten in de eerste plaats in op beter isoleren. In enkele buurten willen we ook verkennen hoe we aardgasvrij kunnen verwarmen. Hoe gaan we samen aan de slag met isoleren en energie besparen? Hoe stemmen we dit af met regionale en nationale ambities?
Met dit hoofdstuk voorzien we in verschillende aandachtspunten waar we in Woensdrecht rekening mee willen houden.
7.1 Inzetten op energie besparen en isoleren
Door onze gebouwen beter te isoleren hoeven we minder te stoken. Dat scheelt direct in onze CO2-uitstoot. Beter isoleren is vaak een voorwaarde om ook in de toekomst betaalbaar en comfortabel te kunnen verwarmen. Isoleren is dus sowieso een goed idee.
Met isoleren kunnen we in Woensdrecht in totaal ongeveer 22% CO2-reductie bereiken. Betere isolatie betekent vaak ook een lagere energierekening. Een investering in isoleren kan zich dus terugverdienen. Veel bedrijven en inwoners zijn nu al aan de slag met energie besparen en beter isoleren.
Het verschilt per bouwperiode welke isolatiemaatregelen rendabel zijn. Vooroorlogse woningen zijn vaak lastig, bijvoorbeeld omdat er geen spouwmuur aanwezig is. Bij woningen uit de jaren '50, '60 en '70 is veel te winnen met HR++glas en isolatie van spouwmuur, dak en vloer. Woningen die rond 2000 gebouwd zijn, zijn bij de bouw al goed geïsoleerd tot een label B of A. Daar is isolatie bijna niet, of helemaal niet meer nodig.
De gemeente ondersteunt bewoners en bewonersgroepen die hun huis willen verduurzamen door hierover advies op maat te geven. De gemeente denkt daarbij aan het volgende mogelijkheden:
- Energieloket voor advies en vragen:
Dit is een algemeen loket waar bewoners en VvE's terecht kunnen met vragen, en waar initiatieven zich kunnen melden voor ondersteuning. Bewoners kunnen hier online terecht voor advies over mogelijke oplossingen voor hun woning en om meer te weten te komen over financiering-/subsidiemogelijkheden.
- Energieambassadeurs:
Ook kunnen er energieambassadeurs worden ingezet. Deze vormen de verbindende schakel tussen inwoners en gemeente. Deze geven huis-aan-huis advies over isoleren en rendabele energiemaatregelen. Via het netwerk van deze energieambassadeurs kunnen inwoners worden bereikt die niet uit zichzelf bezig zijn met de energietransitie.
- Verduurzaming subsidies:
Als gemeente kijken we actief naar de mogelijkheden om subsidie aan te trekken vanuit het rijk om de energietransitie en/of verduurzaming te versnellen. Een voorbeeld is de recent ontvangen RRE Subsidie. (Regeling reductie energie). Ook interessant zijn subsidiemogelijkheden voor aardgasvrije wijken.
- Collectieve inkoop:
We kijken of collectieve inkoopacties voor het isoleren van de woning en voor het plaatsen van zonnepanelen interessant is. Ook een collectieve inkoopactie voor hybride warmtepompen kan interessant zijn.
- Duurzaamheidslening:
Er is de mogelijkheid om een duurzaamheidslening aan te vragen. Dit is afhankelijk van de nationale ontwikkelingen. Als deze mogelijkheid er komt, dan kan de gemeente haar inwoners hierbij ondersteunen.
- Duurzaamheidsnieuwsbrief:
Een aantal keer per jaar kunnen we een duurzaamheidsnieuwsbrief uitgeven. Zo informeren we inwoners over energiebesparing en wat de recente ontwikkelingen in Woensdrecht zijn. Deze nieuwsbrief is ook een extra kanaal om te communiceren met inwoners, bijvoorbeeld voor aankondigingen.
De inzet op energiebesparing en aardgasvrij worden is een gezamenlijke inspanning. Als gemeente kunnen we veel faciliteren, maar het uiteindelijk initiatief ligt bij de inwoners en gebouweigenaren. Wij als gemeente kunnen helpen door informatie en inkoopacties. Inwoners kunnen de gemeente en hun buren helpen door zelf en samen aan de slag te gaan.
7.2 Aanpak verkenningen en bedrijven
In hoofdstuk 6 is toegelicht welke verkenningsbuurten interessant zijn voor Woensdrecht en hoe de gemeente voorziet dat bedrijfspanden en utiliteiten meegaan in dit tijdspad.
Kort samengevat voorziet de gemeente dat er de komende jaren ruimte is om verschillende verkenningen op te starten. We maken bewust de keuze om een verkenning te starten in een buurt met kansen voor een warmtenet als een buurt waar een individuele oplossing voor de hand ligt. Het proces en de leerervaringen uit de verkenningsbuurten kunnen we later meenemen naar andere wijken en buurten in onze gemeente.
7.3 Regionale afstemming en updaten TvW
Onze gemeente Woensdrecht is onderdeel van de Regionale Energie Strategie (RES) West-Brabant. Nederland telt in totaal 30 RES gebieden en elk hiervan heeft een regionale strategie opgeleverd. Hierin wordt gekeken wat er regionaal mogelijk is om onze nationale CO2-uitstoot per 2030 met 49% te verminderen. Dat is de ambitie zoals overeengekomen in het Klimaatakkoord.
Onze plannen voor Woensdrecht moeten ook passen binnen de RES West Brabant. We voorzien dat we om de paar jaar moeten kijken of beide plannen (en ook nationale ambities) met elkaar in lijn zijn. Zoals eerder in paragraaf 1.4 aangegeven willen we elke 5 jaar onze TvW bijstellen. Op die manier houden we de puzzel passend, terwijl we recente ontwikkelingen kunnen blijven meewegen.
7.4 Participatie en communicatie
In elke gemeente zijn er binnen de energietransitie koplopers en achterblijvers. De grote middengroep heeft echter een duidelijke aanpak en inzicht in de bijkomende kosten nodig, voordat er stappen worden ondernomen. Inwoners willen bijvoorbeeld weten of investeringen zichzelf terugverdienen en of deze aansluiten bij buurtplannen.
Een heldere en toegankelijke communicatie met bewoners en bedrijven vinden we daarom erg belangrijk. Een goede communicatie is een centraal onderdeel om draagvlak en brede participatie te creëren.
Als gemeente volgen we de principes van de participatietrap. Zie Figuur 14. Tijdens het opstellen van deze Transitievisie Warmte hebben we ingezet op de onderste traptreden: 'informeren' en 'inventariseren'.
De volgende stap is om in buurten te starten met een verkenning als eerste stap van een buurtuitvoeringsplan. De nadruk daarin zal dan veel sterker komen te liggen bij hogere treden: 'verdiepen' en 'samen doen'.
Belangrijke uitgangspunten voor een effectieve communicatie met onze inwoners zijn:
- In de communicatie hanteren we waar mogelijk drie niveaus:
- Eenvoudige informatie, voor iedereen te begrijpen.
- De mogelijkheid voor inwoners om zich verder te verdiepen, bijvoorbeeld via een projectwebsite.
- Online beschikbaarheid van alle rapporten en onderzoeken voor de inwoners die alles willen weten.
- Elke buurt of kern is anders en vraagt om maatwerk in de communicatie. Voor elk buurt moeten we dus een afweging maken over het soort informatie, de keuze van de communicatiekanalen en de participatieaanpak zelf.
- We willen helder zijn over de kaders, over wat er al vast staat en over wat we nog niet weten of kunnen beloven. We moeten daarbij ook helder zijn over rollen, proces, planning, verantwoordelijkheden, dilemma's, hinder, risico's, en de mate van invloed van bewoners. Al dit soort aspecten moeten vanaf de start helder worden toegelicht en besproken.
- We maken gebruik van bestaande netwerken en communicatiekanalen. We hanteren het liefst een persoonlijke benadering: liever een gesprek dan een brief. De vindbaarheid van informatie en een regelmaat in de communicatie is hierbij essentieel. Dit legt een basis voor het vertrouwen. Een persoonlijke aanpak, aandacht, een plek en tijd voor het bespreken van zorgen van mensen, dat is wat het echte verschil maakt en wat vertrouwen geeft.
Basisboodschap voor verdere communicatie
Naar een aardgasvrij Woensdrecht
Op dit moment verwarmen veel Nederlanders hun woning en water met aardgas en koken ze op aardgas. Dit gebeurt met een cv-ketel. Om klimaatverandering tegen te gaan, is landelijk in het Klimaatakkoord afgesproken dat we stapsgewijs van het aardgas afgaan (uiterlijk in 2050).
We stappen over op duurzame alternatieven zoals een elektrische warmtepomp, groen gas of een warmtenet. Dit heet de warmtetransitie.
Transitievisie Warmte
Alle gemeenten in Nederland maken uiterlijk in 2021 een plan over hoe ze aardgasvrij willen worden. Dit is de Transitievisie Warmte.
In dit plan onderbouwen we per buurt welk aardgasvrij alternatief het meest geschikt lijkt. Ook schetsen we een tijdspad naar een aardgasvrije gemeente en hoe we hier mee aan de slag willen gaan.
Buurtuitvoeringsplan
Het hele traject om met een wijk of buurt aardgasvrij te worden brengen we onder in een 'buurtuitvoeringsplan'.
We schatten in dat het 5 tot 15 jaar duurt om met een buurt aardgasvrij te worden. Dat hangt af van veel verschillende dingen, bijvoorbeeld het gekozen alternatief voor aardgas en hoe groot de verschillen zijn tussen gebouwen.
Waarom van het aardgas af?
Bij de verbranding van aardgas komt CO2 vrij waardoor onze aarde langzaam opwarmt. Daarom moeten we met elkaar op zoek naar duurzame alternatieven.
In Nederland willen we ook versneld stoppen met gaswinning, dat is vanwege de aardbevingen in Groningen. En we willen niet te afhankelijk worden van buitenlands aardgas.
We vinden het wel belangrijk dat het alternatief voor aardgas betaalbaar, duurzaam en betrouwbaar is.
Verkenningsgebieden
We hebben in onze gemeente een aantal verkenningsbuurten benoemd. Daar lijkt het ons interessant om de komende jaren in gesprek te gaan met de bewoners, bedrijven en andere partijen over de warmtetransitie.
Keuzevrijheid is een belangrijk onderdeel van de verkenning. Pas als er voldoende draagvlak is voor een oplossing, dan willen we de plannen om met een buurt van het aardgas af te gaan concreet maken.
Wat kunt u als inwoner zelf al doen?
U kunt nu al zelf stappen zetten, ook als onze Transitievisie voorziet dat uw buurt pas later aardgasvrij wordt.
- Isoleer uw woning, daarmee krijgt u meer comfort en een lagere energierekening
- Nieuwe keuken? Stap dan over naar elektrisch koken
- Overweeg ook kleine ingrepen, zoals tochtstrippen en radiatorfolie
8. Nawoord
Met dit document willen we onze inzichten en de globale planning voor de warmtetransitie met bewoners delen. We benadrukken dat in dit stadium nog geen besluiten zijn genomen over het aardgasvrij maken van buurten of wijken. Besluiten worden op buurtniveau genomen. Dit doet de gemeente in samenspraak met bewoners en andere lokale partijen. Alleen bij voldoende draagvlak zal een buurt overgaan naar een nieuwe warmtevoorziening. Daarmee beschouwen we dit document als het startpunt om het gesprek aan te gaan met onze inwoners.
Betaalbaarheid
Betaalbaarheid is voor veel bewoners het belangrijkste criterium. Dit is begrijpelijk en daarmee is betaalbaarheid ook voor de gemeente een essentiële voorwaarde. Ook voor de gemeente geldt dat plannen alleen uitvoerbaar zijn als het Rijk de benodigde middelen vrijmaakt. In de buurtuitvoeringsplannen zal daarom goed gekeken worden naar de kosten en baten voor bewoners en andere betrokkenen in de wijk. Als er sprake is van een meerprijs voor buurten die aardgasvrij worden, dan zal uitgezocht worden hoe de meerprijs zoveel mogelijk opgevangen kan worden met subsidies.
Keuzevrijheid
De huidige regelgeving biedt bewoners keuzevrijheid. Bijvoorbeeld, als er een optie wordt aangeboden in een bestaande wijk voor een warmtenet, dan kan een bewoner ervoor kiezen om aan te sluiten of niet. Bewoners die geen warmtenetaansluiting willen en hun woning op een andere manier aardgasvrij willen maken, hebben in de huidige regelgeving de ruimte om zelf voor een alternatief te kiezen.
Ook in wijken waar individuele oplossingen met een warmtepomp slimmer lijken, benaderen we bewoners op basis van vrijwilligheid. Er is vooralsnog geen regelgeving om aan te sturen op het verplicht afsluiten van bewoners. De huidige programma's en projecten zetten we op samen met bewoners en bedrijven, om na te gaan welke stappen wenselijk zijn en kunnen rekenen op draagvlak (en onder welke voorwaarden).
Op tijd starten is van groot belang
Wel wordt duidelijk dat het Rijk in navolging van het Klimaatakkoord steeds meer gaat aansturen op strengere isolatiestandaarden. Zo moeten woningcorporaties in 2021 hun bezit gemiddeld op label B hebben. Kantoorpanden (van meer dan 100 m2) dienen in 2023 minimaal een energielabel C te hebben. Particuliere woningen zijn sinds 1 januari 2015 verplicht om een energielabel te overleggen bij de verkoop van woningen. Tot nu toe zijn er geen strengere eisen voor particuliere woningen. In maart 2021 heeft het Rijk wel een nieuwe isolatiestandaard voor particuliere woningen aangekondigd. Ook deze standaard wordt in de komende jaren niet verplicht gesteld. Het is echter wel waarschijnlijk dat de Rijksoverheid steeds meer gaat aansturen op isolatie en de uitfasering van aardgas. De gemeente Woensdrecht hoopt met deze transitievisie haar bewoners dan ook zo goed mogelijk voor te bereiden op de warmtetransitie.
In de komende jaren willen we ons blijven inzetten zodat bewoners en bedrijven zich optimaal en tijdig kunnen voorbereiden op een toekomst waarin we niet langer verwarmen met aardgas.